25-19

Lieve insiders, beste buitenstaanders.

Elly Molenaar

Vertellen over “vroeger”, over hoe je door de kinderbril de situatie binnen het gezin ervaarde en speciaal, bij het 25- jarig huwe1ijksfeest  van mijn ouders, welke plaats zij daarin hadden. Het is dan grappig te  merken dat, als je eenmaal aan het vertellen slaat aan een buitenstaander, je de sfeer waarin bepaalde dingen gebeurden en gezegd werden moeilijk kunt overbrengen. We leven nu immers in een heel andere tijd: Gibraltarstraat 97’’ met zij  4-kamerwoning bood heel wat minder mogelijkheden, ruimtelijk én financieel gezien, dan Voltaplein 51’.
Toch kunt U zich misschien het rijke gevoel voorstellen toen mijn Vader een keer in de zomer, na herhaald aandringen van ons om nou eens ijsjes uit kantoor mee te nemen, uit zijn tas niet alleen zeven bekertjes ijs+, lepeltjes. toverde. maar ook nog eens zeven bekertjes limonade + rietjes
Ik zie ze nog staan op de: schoorsteenmantel: zeven bekertjes ijs op een rij met daarbovenop zeven bekertjes, limonade!
En hoort U in gedachten de juichkreten al klinken als mijn moeder toestond een fles “Exota” te halen bij de kruidenier op de hoek? (Op laten schrijven moest je dat, zoals altijd, zodat wij in de veronderstelling waren  dat we het. voor niks kregen) Dit was daarom zo bijzonder aangezien ze er in het algemeen van uitging dat “het water in de kraan geduldig was”.
Mijn vader was in die tijd lid van de zogenoemde. “Eerbied in Gods Huis'”. Hij stond dan op zondag tijdens de dienst achterin de kerk met een sjerp om waarop deze tekst stond. De opdracht was de opgroeiende jeugd te weerhouden van kletsen, kaarten, sigaretjes roken en noem maar op. Op vergaderingen van deze club pleegde mijn vader steevast te laat te komen en op onze vraag of dat niet erg was zei hij altijd: “Nette mensen komen altijd e laat”. En ik dacht dat dat écht waar was!
Ook mijn moeder had zo’n gevleugelde uitspraak. Je hoefde bij haar nooit aan te komen met: maar die en die. ..”, want dan zei ze altijd: ” “Met andere kinderen heb ik niets te maken; je moet eens kijken naar kinderen die het minder hebben dan jij”. En daar deed je het dan weer mee!
En dan het ritueel rond het showen van het litteken van de maagoperatie van mijn vader. Elke avond na het eten riepen we in koor net zo lang “laat je ritssluiting eens zien” totdat zijn hemd omhoog ging en we ons vergaapten aan de o, zo interessante snee. En mijn moeder deed even hard mee!
Ook het ontwikkelen en afdrukken van foto’s tijdens de wintermaanden was een mooi festijn. Met z’n allen in de donkere huiskamer : zitten en niks doen óf met je neus boven de verschillende ontwikkelbaden. Een zeer geheimzinnige sfeer. En als mijn moeder geen zin had een avond niets te doen ging ze in de keuken zitten breien vlakbij de brandende pitten van het fornuis, die ze aangestoken had tegen de kou.
En zo is er nog veel meer te vertellen:
In de zomer mochten we na het eten niet. meer in de speeltuin spelen dat was “a-sociaal”
Als we ‘s middags naar school gingen mochten we twee piepkleine dropjes die mijn moeder één keer per week op de markt kocht. Die ene keer per week, op zaterdagmorgen, ging mijn moeder dan naar Albert Heijn terwijl mijn Vader op ons paste, Als we ziek waren mochten we altijd op de bank of in “mama’s bed”. En als de koorts, opgenomen moest worden en de thermometer ging, na “ingezeept” te zijn, tussen je billen, werd er ter plekke een verhaaltje verzonnen , Als je echt ziek was, dus een paar dagen, nam “papa iets voor je mee uit kantoor”. Dat was dan meestal 6f een blik vruchten of een fles limonade helemaal voor jou alleen, waarvan je dan grootmoedig (slikken deed tóch véeé1 te pijn!) een glaasje uitdeelde aan de niet-zieke familieleden. Als je beurt had om aardappelen te schillen en je had dat tussen de middag niet gedaan, dan kon je om 4 uur niet naar buiten. Een vriendinnetje van mij had daar zo de balen van dat we. een keer gezamenlijk een hele emmer vol geschild hebben meteen voor de hele week!
Mijn moeder had nogal eens de gewoonte ’s zaterdags een taart te bakken. Mijn ene vriendin zei toen tegen een andere dat ze op. zaterdag niet met mij mee naar boven moest gaan, omdat het dan net leek alsof je voor de taart kwam. Het idee! Mij was het nog niet eens. opgevallen dat we elke zaterdag taart aten!
Lang niet alles wat ooit indruk op me gemaakt heeft of wat ik me kan herinneren heb ik verteld. Maar misschien lis het voor die beruchte buitenstaander ook wel helemaal niet interessant. Hoe dan ook: het is een stukje geschiedenis van mijn ouders met ons. In die geschiedenis zitten hele goede dingen en vast ook wel hele slechte: enerzijds hadden we misschien veel vrijheid en konden we doen en laten Wat we wilden; anderzijds werden we misschien te kort ge houden. Het belangrijkste is echter de intentie waarmee deze geschiedenis is opgebouwd: “we willen dat jullie laten op een fijne jeugd terug kunnen kijken.” En zo. zijn we bijvoorbeeld nooit opgejut om speelgoed en rommel op te ruimen, je kamer op te ruimen, je kast te uit mesten, op boodschappen uitgestuurd of noem maar op: allemaal klusjes waar ik mijn buurmeisje over hoorde zuchten. Is dat goed of slecht?
Maar wat is dan goed en wat is dan slecht? Een consequentie van deze opvatting zal ik U verklappen: we kunnen geen van allen opruimen (tot afgrijzen. van de aanhang). De oorzaak hoeft niet vergezocht te worden: het “stapeltjes maken” en “niet opruimen” hebben we van twee kanten meegekregen!