Nes, Ameland
Fam. Molenaar
Als jongetje van negen jaar kwam André op Ameland aan, door Frans Former hier naar toe gebracht.
Maar daar zou Frans nog spijt van krijgen want op een mooie zomeravond gingen wij (Jacob en Hennie van 0om Jaap en Tante Tjet) met André aan het Totelokken bij Frans (raampje tikken), toen we daar mee bezig waren kwam Frans ons achterna. Hij vloog met zijn mond tegen een Waslijn aan en tot overmaat van ramp bleef z’n gebit aan de waslijn, hangen.
De volgende dag kwam Frans bij ons aan huis, want wij moesten het gebit betalen. Wij hadden echter geen geld.
André was toen die tijd een echte plaaggeest on een knokker met de jongens hier op Ameland. Wij hebben een mooie tijd meegemaakt met hem. Na vele jaren kwam hij weer op Ameland maar toen met z’n verloofde Toos. We gingen vee met elkaar wandelen, want André was een gezien iemand bij de familie Molenaar. Zijn verloofde Toos ‘hield veel van vissen en dat deden we ook veel. Toos zocht de pieren uit de wadden tot de polsen in de modder en deed ze dan aan de haak. André hield alleen van vis eten en dan lekker slapen met de maag vol, wat wel een Molenaars kwaal is.
Fam Molenaar , Ameland
Borrellied Wijze: Toen onze mop een mopje was
Wij Zitten net z’n allen nu, gezellig bij elkaar
en brengen d’ eerste taart op het geluk van het jonge paar
Zij Leve lang zij leve lang, en houd de moet erin,
en drinkt nog vele borrels saâm, dan blijf Je blij van zien.
De flessen zijn nog boordevol,, maar dat blijft heus niet lang
de kurk eraf schenk nog eens vol, voor veel zijn wij niet bang.
Wij nemen er een wij nemen er twee, en drie en ook wel vier. D
voor pret en drank en eterij,. zijn wij tenslotte hier.
(uit feestprogramma maart 1955)