Amsterdam 28 maart 1954
Hans Roovers
Een dag om nooit te vergeten was de dag waarop André de militaire dienst verliet. als ik mij niet vergis diende hij bij het Garderegiment “Jagers’, een groep in het leger die van platvoeten voorzien en ingesnoerd door koppel met patroontassen een soort elite moest voorstellen.
Dat is echter bekeken door het oog van een geniëist die ervan uitgaat dat alléén zijn onderdeel het beste is. Vandaar ook Genie. André was volgens mij, bij de “jagers” het beste op zijn plek omdat hij van lopen hield. Hij liep tenminste altijd achter Toos aan, dus bovendien een jager.
Maar die onvergetelijke dag werd gekenmerkt door het feit dat ik, nu André ’s zwager, toen nog “the beloved” aankomend zwager doch altijd de broer, ook een tijdlang broertje van Toos geweest, op dezelfde dag afzwaaide.
Dat gaf dus de situatie dat op een en dezelfde dag een jager en een genie elkaar elkaar ontmoette op het Muiderpoort station en dezelfde kant opgingen met de. plunjezakken op de nek. Bevrijd van de militaire dienst nog niet van de zak (met plunje). Aangekomen in de Helmholtzstraat moest dit zonodig gevierd worden. Met een daverende knal namen André en Hans afscheidt van het leger.
Van de ene plunje zocht André een andere plunje om binnen een jaar te trouwen en Australië op ter zoeken en een eigen garderegiment op te bouwen met zijn eigen general “Protocol”.