25-34

Molenaarslied

melodie: “Ik ben de blauwbilgorgel”

Wij zijn vijf Molenaren
Na vijf en twintig jaren
Staan wij hier als het resultaat
van jaren trouw en toeverlaat.
Wat zegt U daar nu van?

De eerste dat was Connie
Toen Was er niet veel “monny”
maar warmte en veel aandacht daar
vergoedden veel: da’s zonneklaar.
Wat zegt U daar nu van?

In Nederland gekomen
moesten we eerst inwonen
Die Elly was een slimme griet,
kwam gauw als tweede als U ziet.
Wat zegt U daar nu van?

Verhuizen moest gebeuren
daar viel niet om te treuren
Voor Andy kwam nu ‘ruimte vrij,
hij is de derde in de rij.
Wat zegt U daar nu van?

Fijn lekker buiten spelen:
de speeltuin kan het velen
En Jan de baby groot en dik
Kreeg spoedig al de treinentik
Wat zegt U daar nu van”.

Drie jongens en één meisje,
zet dat eens op een lijstje
Die overmacht is veel te groot!
“t was Tineke die uitkomst bood
Wat zegt U daar nu van?

Zo kunt U dus begrijpen
Waarom wij molens lijken
Gevormd, gekneed in zoveel jaar
met dank aan het zilveren huwelijkspaar .
Wat zegt U daar nu van?

Nu zijn we iets vergeten.
De aanhang, moet U weten,
versierde in de loop der tijd
een molen net hun vlag der strijd.
Wat zegt U daar nu van?
Dus Winnifred, Irene
en Peter zijn degenen,
die ons versterkten met hun macht
Zodat we nu dus zijn met acht.
Wat zegt U daar nu van?

Als frisse winden waaien
Dan blijft de molen draaien
Vijf Wieken doen hun werk gezwind.
drie vlaggen wapp’ren in de wind.
Wat zegt U daar nu van?

De molen wordt wat grijzer
wat kaler en wat wijzer
Toch blijft zij tegen storm bestand
De liefde vormt een hechte band.
Zegt Ú daar maar wat van!