De Molenaars hebben een een lange historie op Ameland. We stammen af van de heer (was een boer) Oosterling.
Deze heer Oosterling is op een gegeven moment getrouwd met een vrouw die een molen bezat in Balm. De zoon van de vrouw (zoon had ze al), heette Molenaar en de heer Oosterling wilde ook Molenaar genoemd worden. Hij kwam op de molen in Balm wonen, en kreeg zodoende het beroep Molenaar. Dat nu is Jacobs Cornelis Molenaar geboren in 1752. Vernoemd dus naar zijn beroep. Daarmee kwam de naam Molenaar voor het eerst voor in de fam. geschiedenis.

De vader van mijn opa(Foppe) is Jacob molenaar. Hij woonde in het huis waar Jaap en tjet (later)zijn gaan wonen.
In dat pand is nu een winkel. Geheel verbouwd. Rixt van Doniaweg 21.


De ouders van van Marina gingen met Wally en Foppe en hun kids vaak naar het eiland. Uiteraard omdat het de heimat van Foppe was en hij daar zelf familie had. De broer van Foppe, ome Jaap, woonde zijn hele leven op Ameland, met zijn vrouw tante Tjitske, op de Rixt van Donia weg 21 in Nes. Broer Cor is naar Groningen gegaan.

Op de foto zie je Marina, op de hooiwagen op Ameland, met mijn Opa Radier, de vader van de moeder van Marina, die bij ons inwoonde. Het zal in 1946 óf 1947 geweest zijn. We gingen met de familie, in dat jaar, de hele maand juni naar Ameland. Mijn vader bracht ons, bleef een paar dagen en ging terug naar Amsterdam voor zijn werk. Hij haalde haalde ons en na afloop weer op. (Marina)
Van de ouders van Foppe, Jaap en Cor is (nog) niet veel bekend. Wel hun namen: Jacob Pieter Molenaar (geboren te Nes op 9-12-1866), Trijntje Metz (geboren te Buren op 13-10-1872). Overleden (Jacob) op 29-9-32 en Trijntje bij de geboorte van Cor. Zij kregen drie kinderen: Foppe Cornelis; Cornelis (Cor) en Jacobus (Jaap geboren 1904; overleden 1979).
Zoals veel Amelanders ging en Foppe naar Amsterdam naar de zeevaartschool. Cor is later ook gaan varen.
Na de oorlog
Marina (dochter van Jan en Jopie Enters) herinnert zich dat zij ieder jaar met haar ouders naar Ameland ging. Ze mocht toen een vriendin meenemen. Er zijn foto’s van een reis waarbij Toos en André meegingen. Waarschijnlijk na hun verloving. (link naar foto’s in dir foto’s Marina).
Tijdens deze reis huurden ze een deel van het huis van oom Jaap en tante Tjetke. Marina herinnert zich de volgende anekdote: ‘Toos en André waren in een jaar bij ons. We gingen allemaal met onze koffers de trein in, we verlieten station Muiderpoort, stapten over op Centraal Station, trein naar Leeuwarden, vervolgens met de bus naar de pier in Holwerd, op de boot en op Ameland weer met de bus. En dat allemaal met koffers en sjouwen met het harmonicabed! Een behoorlijk groot, zwaar gevaarte, een bed waar je in kunt schuiven. Van zijkant naar zijkant. (helaas niet helemaal vlak). Als een mondharmonica. André sliep op het harmonicabed en Toos lag bij Marina en vriendin in het tweepersoonsbed.

Er werd in die vakanties ook volop genoten van strand en zee.

Met de boot naar het eiland. Je komt aan vlak bij het dorp Nes, waar de familie woont. Een vriendin van Marina (links op de foto) mocht mee.


Dan is het aangenaam. OP het strand in een kuil of strandstoel en in het water.

Ameland heeft, naast de duinen ook bos, waar het goed wandelen is. Kijk hoe blij ze!
Zelfs toen de kids van Toos en Dré al wat ouder waren gingen ze nog naar het eiland. Ze kwamen dan altijd terug met roggebrood (verpakt slechts zoals gebruikelijk in een papier “van de rol” en koeken.


Links het huis zoals dat nu is: een toeristenwinkel De strandjutter. Rechts t.o.v het huis bevond zich een school, nu ook een winkel.
Historisch is het Sunneklaas gebruik op Ameland. En er zijn herinneringen aan kuipje steken.